Groep 3

Je zag ze kijken, die van Groep 1, Groep 2, Groep 4 en Groep 5. Ze deden allemaal hun best, daar in de bosrijke buurten van Heeze. Natuurlijk deden ze hun best, dat zagen wij ook. We waardeerden ook hun zweet en de inspanningen, maar constateerden tegelijk de tekortkomingen van de mixed groupe running. Dat is namelijk een groepsinspanning, waarbij de gezamenlijke inspanning het individu naar een hoger plan brengt.
Dat kan ook anders. Wij zagen dus met spijt hoe een andere groep de draak stak met een vals vooruitgeschoven Marijke die – dat is waar- daardoor rare sprongetjes maakte op het grasveld. Of wij hoorden een vuige opmerking van nota bene een dichter die zich bij voorbaat indekte voor tegenvallende resultaten (’we hebben het al zo moeilijk, wij hebben Henk’).

Hoe anders verging het Groep 3. Tijdens de High Tea werd ik er vaak naar gevraagd. Wat was dat toch voor gezelschap? Je hoorde ze niet, ze vielen niet uiteen als gevolg van individuele driften of heimelijk wildplassen. Nee, dit was een TEAM. FC Twente tegen Inter, of – voor de ouderen – Keesie (met zijn bontmuts) tegen Fred Anton Maier. Gedisciplineerd en gepassioneerd draaiden ze het door Max samengestelde programma af. Daar waar anderen de weg kwijtraakten kwamen zij rustig op adem, verzamelden ze hun krachten en liepen zij geen meter te veel.

Niet te snel, niet te langzaam. Precies goed en ook nog eens buitengewoon elegant. Als uilen zoefden zij voorbij. En dat presteerde een zeer gemêleerd team, van ervaren langeafstandsjongens tot kwebbelende loopmeisjes en zelfs een kneus op Reebocks (ondergetekende). Een triomfantelijke bosparade werd het. Eekhoorns salueerden dit schoolvoorbeeld voor de gemengde groepsloop.
Dat het zo harmonisch toeging lag een beetje aan de duidelijke explicaties en de zorg van Johan en Jolanda. Maar het kwam vooral door de teamgeest die via – wie anders – Pascal over ons kwam. Wij hoefden niet zo nodig te winnen, zo leerde hij ons. Wij gingen voor de victorie van het collectief, voor samen-over-de-finish. In gesloten formatie passeerden wij dus zwammen en varens, steeds in de juiste cadans. Als een wolkenruis door het dennenbos. Altijd met de borst vooruit en kin omhoog als wij andere groepen passeerden. Trots, want wij stampten niet door plassen, wij zweefden er overheen.
En niemand werd echt moe omdat wij elkaar de hele training uit de wind hielden. Zelden liep er zo’n hechte formatie door het vennenlandschap. Een groep was geboren. En de wil triomfeerde. Wat een trip.