In der Beschänkung

In der Beschränkung zeigt sich der Meister:

Abspecken oder nicht abspecken, das ist die Frage.

Eine historisch-literarischer Wanderung durch das Kalltal

Het clubweekend van 2011 speelde zich af in Simonskall in de Eiffel en stond het teken van de noodzaak voor sommige runners om – in goed Duits – ‘ab zu specken’.

Al eerder was ik in Simonskall. Het was in de zomer van 2008. Ik was op de fiets, hoewel ik niet hoefde ‘ab zu specken’. Ze vierden hier toen het 400-jarig bestaan van dit pittoreske gehucht in het dal van de Kall, ook wel Kallbach genoemd, omdat het zo’n smal stroompje is. Vanuit Aken was ik door het Hürtgenwald naar Monschau gefietst en vandaar verder in oostelijke richting naar het gebied “op der Callen” (toen nog met een ‘c’) en de Kalltalsperre, niet ver van hier: Simonskall, die Perle der Eiffel. De Rureiffel om precies te zijn. Henk en Martin, dat is niet hetzelfde als roerei!

In het jaar 1608, toen de VOC een handelspost stichtte in Thailand – wat een mentaliteit! – , vestigden zich hier de gebroeders Schobinger uit Zwitserland. Ze wilden er een werkplaats bouwen om glas te blazen en zeep te zieden. En al op 3 juli van dat jaar, op dezelfde dag dat aan de andere kant van de oceaan Québec werd gesticht, kregen ze een concessie van de hertog van Jülich.

In de jaren daarna werd de werkplaats overgenomen door Simon Kremer, die zichzelf Simon op der Callen noemde. Zo ontstond de naam Simonskall. Simon Kremer bouwde de werkplaats om tot een soort hoogoven. Er zit in deze streken veel ijzererts in de grond. Uiteindelijk is de boel in 1816 gesloten.

Tijdens mijn fietstocht werd ik getroffen door de authenticiteit van Simonskall, maar dat niet alleen. Ik raakte tegelijkertijd geboeid door wat zich in deze streken in de laatste maanden van 1944 en de eerste maanden van 1945 heeft afgespeeld.

Oorlogen hebben mij altijd gefascineerd, al was het maar om de zinloosheid ervan (Zwecklosigkeit).

Tussen 1936 en 1945 liet Adolf Hitler de zgn. Westwall aanleggen. De geallieerden gaven er de naam Siegfriedlinie aan. Het was een reactie op de bij het grote publiek – waartoe ónze selecte club zich uiteraard niet rekent – (de bij het grote publiek) veel bekendere Maginotlinie, die tussen 1930 en 1938 door de Fransen werd gebouwd. De Westwall liep van Kleef tot Basel en had een lengte van 630 kilometer. Na de invasie in Normandië en de snelle opmars van de geallieerden trokken de Duisters zich terug tot achter de Siegfriedlinie. Op 11 september 1944 (altijd weer die 11de september!) begonnen de geallieerden een offensief om door de linie heen te breken. Dat lukte pas in maart 1945, na 6 maanden bloedige gevechten. Ook hier in de Rureifel. Bombardementen op Jülich en Düren. Beide steden werden voor 97% met de grond gelijk gemaakt. Und alles um sonst!

Maar nu komt het! Je schijnt hier ook mooi te kunnen wandelen. En ofschoon de leden van het clubweekendorganisatiecomité niet de indruk wekken graag te wandelen, dachten ze dat hierin misschien toch een kans school voor het clubweekend. Dus zij naar de ‘Touristinformation’ om iets meer te weten te komen over wandelroutes. En zo kregen zij een ‘historisch-literarischer Wanderweg’ in handen. Zes wandelroutes door het Hürtgenwald. Een overzichtskaart en zes beschrijvingen in ‘eine Sammelmappe’. Handig! Maar ja, wat moet je er vervolgens mee, als je toch niet van plan bent te gaan wandelen. Ze keken nog eens goed naar de brochures en ontdekten een Hemingway-Trail en een Heinrich-Böll-weg. Verder zagen ze dat de beschrijving van de wandelpaden werd omlijst met een  uitvoerige geschiedschrijving van de laatste oorlogsmaanden en wat die twee winnaars van de Nobelprijs voor literatuur daarmee van doen hadden. Dat wekte echter bij onze comitéleden niet de minste interesse, laat staan dat ze enige aandrang voelden om zich verder in de ‘historisch-literarische Geschichte’ van de omgeving te verdiepen. Ze wisten genoeg. Voor dit soort akkefietjes hadden ze een clubdichter. Dus Henk II riep: ‘Also Martin, hohl du mal den Wagen, dann fahren wir zurück ins Presidium’. Zo gezegd, zo gedaan! Hun werk zat er wel zo’n beetje op.

Een kleine drie maanden later, een dag of 13 vóór aanvang van het clubweekend, herinnerden de comitéleden zich plotseling de ‘Historisch-literarischer Wanderweg’, waarop Martin met gezwinde spoed de telefoon greep om te bellen met de ondergetekende. Mij trof hij niet thuis, maar dat deerde niet, want gelukkig voor hem nam Hella de telefoon op. In warrige bewoordingen vertelde Martin haar wat de bedoeling was. Zij begreep eruit dat er tijdens het clubweekend gewandeld moet worden. Niet letterlijk natuurlijk, want met een dergelijke risicoloze bezigheid wenst een waaghals als Martin zich niet onledig te houden. Nee, er moest ‘historisch-literarisch’ worden gewandeld. En dat ik dat dan zou moeten begeleiden. Zoiets dus.

Toen ik enkele uren later thuiskwam en het relaas aanhoorde, overkwam mij een zekere gelatenheid. Heb ik de literaire regie tijdens de clubweekends altijd stevig in handen gehad, de laatste jaren word ik door de organisatiecomités steeds vaker opgezadeld met bizarre verzoeken die door het dwingende karakter ervan meer op opdrachten lijken. Graag had ik jullie enkele brieven van Erasmus en twee essays van Michel de Montaigne ten gehore willen brengen, maar dat genoegen werd mij en diegenen onder jullie die daar ook van houden, alsnog ontnomen. Nu werd ik luttele dagen voor aanvang van het clubweekend opgezadeld met een opdracht, waarvan ik de portee uit Hella’s bewoordingen slechts ten dele kon opmaken. Anderen zouden er mismoedig van worden, maar mijn elastieken karakter zorgde ervoor dat mijn gemoedstoestand, zoals ik al vertelde, het beste kan worden omschreven met het adjectief ‘gelaten’. Volgens de filosoof Wilhelm Schmid gaat het bij gelatenheid niet alleen om ‘berusting’ of ‘gelijkmoedigheid’, maar ook om de ‘blik van buitenaf’. ‘Der Hubschrauberblick’ op de dingen en omstandigheden, teneinde hun betekenis of betekenisloosheid beter te kunnen zien en (vooral) er beheerster op te reageren.

Dus belde ik, ondanks alles welgemoed, Martin en verzekerde hem dat ik uiteraard graag aan de wens van het organisatiecomité zou voldoen. En of hij misschien wat materiaal voor me had. Dat had hij! Een ‘Sammelmappe’. Ik zou hem per omgaande krijgen. Dat werd iets later, waardoor mijn voorbereidingstijd de lengte kreeg van een vingerkootje.

Maar tijd is relatief, zeker als je door een onderwerp wordt gegrepen.  En dat werd ik. Ik ontdekte dat Heinrich Böll de hele oorlog dienst heeft gedaan in de Wehrmacht, op het laatst hier in het Kalltal. Ik kan mij nog herinneren dat ‘Billard um halbzehn’ uit 1959 opnieuw werd uitgegeven, nadat Böll in 1972 de Nobelprijs had gewonnen, en dat ik het cadeau kreeg voor mijn 24ste verjaardag en ik weet nog van de uitzichtloze worsteling met de nazitijd. Ik ontdekte ook dat J.D. Salinger aan de kant van de geallieerden vocht. Salinger schreef in 1951 de klassieker ‘The catcher in the rye’, een boek waar de moordenaar van John Lennon bezeten van was. Maar ja, die knul was sowieso bezeten. En ten slotte ontdekte ik dat Ernest Hemingway hier als oorlogscorrespondent werkzaam was. Hem, Hemingway, had ik al eerder ontdekt, toen ik na mijn eindexamen in 1970 van mijn leraar Engels de gebundelde ‘Great American Short Stories’ kreeg.

Die drie mannen, grote literatoren, ze waren hier in die verschrikkelijke nadagen van de Tweede Wereldoorlog. Alle drie hebben ze hun trekken thuis gekregen. Böll heeft veel verwondingen opgelopen en daar zijn hele leven last van gehad. Hemingway en Salinger leden in hun latere leven aan ernstige depressies, waardoor ze door anderen voor gek werden versleten.

Wat dat betreft beginnen de leden van het organisatiecomité al aardig op hen te lijken. Neem nu die Duitse-taalles die via de mail tot ons kwam. Zelfs de slechtste deelnemer ‘am Nationaldiktat der Deutsche Sprache’ zou zich plaatsvervangend kapot generen voor de koeien van fouten die de beide heren zich permitteren. Na de eerste twee volzinnen ben ik gestopt met tellen. En kom me nou niet aan met de smoes dat jullie ons wilden testen! En dan de brutaliteit (die Frechheit) om mij in nauwelijks verholen bewoordingen ook nog eens  te kapittelen. Ze hadden beter meteen kunnen zeggen: “Nicht so viel reden, Kees!”.

En ‘abspecken’ hoef ík al helemaal niet. De mannen die er in hun antwoordmailtjes het meest over lulden wél!

Over lullen gesproken: So ist es wohl genug gewesen! Dankeschön.

Kees de Ruwe